Spreeuwenzwerm bij zonsondergang

DSCN1705 Jan Janssen Meers

Op donderdag 2 juli 2015 fotografeerde ik boven de plas bij de Weerdt deze spreeuwenzwerm.

Onderzoekers hebben drie jaar onderzoek gedaan naar spreeuwenzwermen. Ze onderzochten waarom ze in enorme zwermen kunnen vliegen zonder te botsen. Ten eerste hebben die soorten geweldige vliegvaardigheden en een zeer ontwikkelde communicatie. Vogels in zwermen zijn klein, snel en licht. Ze bewegen hun kop pijlsnel om zich te oriënteren en hebben een stijf skelet dat geschikt is voor een snelle verandering van richting. Ten tweede – en dat was verrassend – letten de vogels niet alleen, zoals werd aangenomen, op de naaste buren in de zwerm, maar ze navigeren ten opzichte van 6-7 vogels, die dichtbij of iets verder weg zijn, of half achter andere vogels schuilgaan, maar zich altijd in een straal van 0,5-2 meter bevinden. Als de vogels een paar andere vogels in de zwerm in de gaten houden, komen er geen botsingen en werkt de zwerm als één groot organisme. Dit gedrag verklaart ook waarom een zwerm steeds van vorm kan veranderen – kan uitdijen en samentrekken – zonder dat groepjes vogels aan de rand moeten afhaken. Ook verklaart het model hoe een zwerm zo snel weer bij elkaar is nadat die uiteenviel, bijvoorbeeld als er een roofvogel door de zwerm is gevlogen.

En vogels vliegen juist in een zwerm om aanvallen van roofvogels te vermijden. Die raken in de war van zoveel vogels, en kunnen dan niet meer op één vogel focussen.

(Bron: Wetenschap in beeld)